24 september 2009:

Vandaag de laatste werkdag voor mij van deze week.  Mooi zonnig weer, maar toch het vest maar onder de jas aan. De afdeling waar ik vandaag werk ken ik ook al wel. Met veel revalidanten spreek ik regelmatig dus is het een plek waar ik me ook wel thuis voel. Aangekomen snel de fiets weggezet, er is vandaag meer plaats dan de afgelopen week. In de spoelkeuken en bereidingskeuken is niemand van het catering-personeel aanwezig. Ik weet wat me te doen staat: de kar met de J ( de afdelingsnaam begint met een I, maar wat is logica in deze ) en de shakes en fruitsalade uit de koeling. het is dit keer een blad vol! Op de kar is gelukkig het bovenblad nog geheel vrij dus dat kan ik allemaal prima vervoeren. Ik duw de kar voor mij uit en open de deur, achter mij ontwaar ik iemand van de catering. Hij vraagt me of het allemaal lukt. Hij houdt de deur voor mij open. IK bedank hem voor zijn attentheid! Vele handen maken licht werk.
   Met de lift naar de eerste etage en met het grote dienblad naar de afdelingen om alles snel in de koeling te zetten. Jas en vest maar uit en de rugzak in het kluisje. Wel nog even de LIGA in de zak gestoken voor bij de koffie straks.
   Ik loop met de kar naar de afdeling en begin het speul allemaal in te ruimen. Mijn collega komt  vanuit de verpleegpost aangelopen. We wensewn elkaar een goede morgen. Van haar krijg ik het aantal eters door. Het zijn er hier maximaal 12. En vandaag is de afdeling volledig bezet. Tien eters aan tafel, waarvan 1 met een noppenbord. Ook twee personen op de slaapkamer. Ik merk dat er voldoende borden en glazen op de afwaskar staan en zet dat dus direct op de serveerwagen. Alleen het bestek is niet toereikend, maar dat kan ik wel uit de bestekla halen. De serveerwgaen voor de lunch is dus klaar – theedoek er over, zodat niemand per ongeluk een kopje of glas of bestek van de kar haalt.
   De rest van het vaatwerk ruim ik op in de keukenkastjes, zet de broodtrommel maar op het aanrecht om nog wat op te drogen. De onderdelen voor het koffiezetapparaat monteer ik weer.
De afwaskar zet ik achter de deur neer – hier staat het het minst in de weg. Ik zet het emmertje sop voor het bestek geheel onderop de kar – op de metalen plaat. Twee etages hoger zet ik het rek voor de schotels en borden. Ik heb het goed onthouden dit keer. Ik had het thuis voorbereid door het op te schrijven en bij mijn ontbijtbord gelegd. Later die ochtend krijg ik van mijn collega de complimente hierover!

De bak met vuile doeken is propvol en deze breng ik dus naar het verzamelpunt. Hier zie ik dat de grote zak al vol zit.  Een collega is een po aan het schoonspoelen en ik vraag haar waar een nieuwe zak ligt. Ze wijst het me en ik doe de volle waszak dicht en gooi deze in de trasnsportbak. Klaar om met de was mee te gaan! Een nieuwe waszak er in en mijn vuile was er bij. Naar een ander afdeling gelopen, want daar is de linnenkamer. Schone theedoeken, werkdoeken en servetten mee. In de keuken op afdeling I vouw ik de doeken op en ruim alles in het juiste kastje.
In de huiskamer zie ik enige revalidanten zitten – ik loop naar hen toe en stel me aan een nieuweling even voor. Ik kijk of er nog voldoende koffie en thee in de kannen zit en ruim daarna de vuile kopjes en theeglazen op.
   Het is al over tienen, bijna tijd voor de pauze. Ik vul een emmer sop, vul de gieter en pak een werkdoek. Geef de planten een beetje water; het is met deze gieter een beetje lastig, want er komt vaak een hele scheut tegelijk. Daarna pak ik het emertje sop en wil net beginnen met werken als mijn collega vraagt of ik koffie wil. Ik beaam dat. Zij brengt het me en vraagt om bij de revalidanten te gaan zitten. Samen met haar zal ik later nog een kop koffie drinken.
   Ik ga een gesprek aan met een mijnheer ( de nieuweling). Hij vraagt me wie ik ben en wat ik allemaal doe. Ik vertel hem het een en ander, wie ben ik en wat doe ik allemaal op de afdeling. Later mengt zich nog een ander revalidant in het gesprek. deze mijnheer ken ik al wat langer. Hij praat enrom graag en veel. Ik kan het goed met hem vinden. hij laat mij zijn MP3-speler zien. Een hele mooie van wel 8GB. Deze heeft hij van zijn collega’s gekregen.  Ook vertelt hij wat het apparaat allemaal kan. Zo kan hij elk nummer afzonderlijk spelen, maar ook kan het 1 elpee afzonderlijk laten horen.  De man in kwestie houdt van goede muziek. Zo staat QUEEN en COLDPLAY er op. IK bekijk het apparaat nauwkeurig en laat me er van alles over vertellen.
Half elf, xc3xa9xc3xa9n van de mensen aan tafel moet naar therapie. Mijn collega komt me halen voor de koffie. We lopen met een mok vol naar de verpleegpost. Met een aantal collega’s en verpleegkundigen zitten we lekker bij elkaar.
Tegen 11 uur, maak ik aanstalte om weer aan het werk te gaan. IK heb nog niets schoongemaakt zo oper ik. Nee , dat is waar, maar je hebt wel fijne gesprekken gevoerd met de revalidanten en dat hoort er ook bij.  Vijf minuten later gaan we uiteindelijk terug naar de afdeling. IK begin snel met het schoonmaken van de peper- en zoutstelletjes, de computer kan ook wel een doekje genbruiken. daarna de vensterbanken , dressoir en tafels en stoelen. Mijn collega ruimt de afwaskar uit en laadr de serveerwagen op. IK vul het dienblad met koffiekopjes en theeglazen bij. Wat theelepeltjes nog en de suikerschaaltjes bijvullen. Rond half twaalf ben ik klaar.

Mijn collega vraag ik nog naar het recept van een worteltaart met walnoten en glazuur. Ik krijg een kopietje. Deze ga ik thuis zeker proberen te naken, want hij was erg lekker! ik weet alleen niet hoeveel calorixc3xabn er in zitten. Ik wens mijn collega’s een prettige werkdag verder en een goed weeknd. Ik ga naar huis en verheug me op een lang weekend TEXEL!

                   

Ik ben een lezer en wil ook graag wat meer te weten komen over van alles en nog wat. Zo wil ik nu graag meer te weten komen over revalidatie, afasie en psychiatrie. Zodoende heb ik de afgelopen periode een aantal boeken gelezen:

  • " Wie is van hout?" geschreven door Jan Foudraine  – Een gang door de psychiatrie  Ervaringen van een psychiater met een schizofreen, waarbij de patixc3xabnt op persoonlijke wijze wordt benaderd. " We moeten ophouden om mensen als dingen te zien. Want wie is nu eigenlijk van hout? De schizofreen die zegt " Ik ben van hout", omdat hij bestudeerd wordt als een stuk hout – of de psychiater die hem als een ding behandelt…
    Een mooi boek uit de jaren 70, maar beslist nog tijdloos en niet achterhaalt. Ik heb de eerste helft geheel gelezen en het slot wat doorgebladerd, omdat het voor mijn werk niet zo relevant was om het allemaal tot mij te nemen.
  • " Nooit meer jezelf" geschreven door  Henk troost – leven na een herseninfarct. De schrijver is zelf een getroffene vaneen CVA – herseninfarct.  Geschreven in dagboekvorm. Een erg aangrijpend verhaal, veel herken ik zelf ook wel Soms een wat vreemde volgorde in het boek. De strijd van man en vrouw onderling is boeiend.  De strijd die beiden strijden met de hulpverlening is een punt van herkenning. Waar blijft de erkenning? Het is en blijft lastig voor patixc3xabnt en omgeving om uit te leggen aan de hulpverlening  wat er aan de hand is. Vaak worden dingen niet gezien, omdat het probleem van binnen zit. IK begrijp soms ook niets van artsen.

Cover_boek

Dit bericht werd geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s